ECLI:NL:RBMNE:2020:3033

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
31 juli 2020
Publicatiedatum
31 juli 2020
Zaaknummer
UTR 20/2551
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:82 AwbBesluit proceskosten bestuursrechtWet maatschappelijke ondersteuning 2015
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten en afwijzing griffierecht bij intrekking voorlopige voorziening

Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Nadat het college niet tijdig op het bezwaarschrift had beslist, diende verzoekster beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure vroeg verzoekster een voorlopige voorziening, die zij later introk nadat het college de behandeling van het bezwaarschrift ter hand had genomen.

Verzoekster vorderde vergoeding van haar proceskosten en terugbetaling van het griffierecht. Het college stemde in met de vergoeding van proceskosten, welke werd vastgesteld op €262,50, gebaseerd op het indienen van het verzoekschrift en een wegingsfactor vanwege de beperkte aard van de zaak.

De voorzieningenrechter wees het verzoek tot terugbetaling van het griffierecht af, omdat intrekking van het rechtsmiddel door handelen van het college geen grond is voor terugbetaling volgens artikel 8:82, vierde lid, Awb. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het college wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en het verzoek tot terugbetaling van griffierecht wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2551

uitspraak van de voorzieningenrechter van 31 juli 2020 in de zaak tussen

[verzoekster] , te [woonplaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.F. Vermaat),
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van zijn proceskosten en griffierecht.
Verweerder heeft op 23 juli 2020 gereageerd op dit verzoek.

Overwegingen

1. Verweerder heeft op 9 september 2019 een besluit genomen op de aanvraag van verzoekster om een voorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt.
2. Verzoekster heeft op 4 mei 2020 beroep ingediend bij de rechtbank, omdat verweerder niet tijdig een beslissing op het voornoemde bezwaarschrift heeft genomen. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer UTR 20/1882.
3. Op 14 juli 2020 heeft verzoekster een verzoek om een voorlopige voorziening hangende dat beroep gevraagd. Hierbij heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht om onder meer te bepalen dat verweerder binnen een week, dan wel een door de voorzieningenrechter te bepalen redelijke termijn, de behandeling van het bezwaarschrift ter hand te nemen.
4. Op 17 juli 2020 heeft verzoekster de voorzieningenrechter medegedeeld dat verweerder de behandeling van het bezwaarschrift ter hand heeft genomen. Verzoekster heeft daarom het beroep verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
5. De voorzieningenrechter kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en Pro 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).
6. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoekster te betalen.
7. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 262,50 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 525,- en een wegingsfactor 0,5). Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast.
8. Verzoekster heeft verder aan de voorzieningenrechter verzocht om het betaalde griffierecht terug te betalen. De voorzieningenrechter voldoet niet aan dat verzoek. Dat verweerder na instellen van een rechtsmiddel zodanig handelt dat het rechtsmiddel wordt ingetrokken, levert immers geen grond op voor terugbetaling van dat griffierecht. Terugbetaling van griffierecht is slechts aan de orde in de gevallen genoemd in artikel 8:82, vierde lid, van de Awb. Deze gevallen doen zich in deze zaak niet voor.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 262,50 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. ten Klooster, griffier
.De beslissing is uitgesproken op 31 juli 2020.
Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
De voorzieningenrechter is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
Griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.