Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Weesp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Nadat het college niet tijdig op het bezwaarschrift had beslist, diende verzoekster beroep in bij de rechtbank. Tijdens de procedure vroeg verzoekster een voorlopige voorziening, die zij later introk nadat het college de behandeling van het bezwaarschrift ter hand had genomen.
Verzoekster vorderde vergoeding van haar proceskosten en terugbetaling van het griffierecht. Het college stemde in met de vergoeding van proceskosten, welke werd vastgesteld op €262,50, gebaseerd op het indienen van het verzoekschrift en een wegingsfactor vanwege de beperkte aard van de zaak.
De voorzieningenrechter wees het verzoek tot terugbetaling van het griffierecht af, omdat intrekking van het rechtsmiddel door handelen van het college geen grond is voor terugbetaling volgens artikel 8:82, vierde lid, Awb. De uitspraak werd gedaan zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen en is onherroepelijk.