ECLI:NL:RBMNE:2020:3047
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen intrekking omgevingsvergunning op grond van Wet Bibob
Verzoekster, een bedrijf actief in handel en verwerking van zeevis met een vergistingsinstallatie voor biogasproductie, kreeg op 23 juni 2020 de omgevingsvergunningen ingetrokken door het college van gedeputeerde staten van Utrecht op grond van de Wet Bibob. Dit besluit werd genomen omdat er een ernstig gevaar bestond dat de vergunningen zouden worden gebruikt voor strafbare feiten en het benutten van daaraan verbonden voordelen.
De intrekking zou op 5 augustus 2020 in werking treden, wat directe sluiting van het bedrijf zou betekenen. Verzoekster stelde dat sluiting grote financiële gevolgen en impact op werknemers zou hebben en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat de zaak spoedeisend was, maar dat verzoekster zelf heeft bijgedragen aan de spoedeisendheid door het verzoek pas drieënhalve week na het besluit in te dienen.
De voorzieningenrechter nam mee dat het een complexe zaak betrof met een omvangrijk dossier en mogelijk relevante lopende strafrechtelijke procedures, waardoor de hoofdzaak niet snel zou worden behandeld. Gezien het ontbreken van een acuut milieugevaar en het grote belang van verzoekster, werd besloten het besluit tot intrekking te schorsen als ordemaatregel, zodat het bedrijf voorlopig open kan blijven.
De rechtbank zal de hoofdzaak behandelen, maar de voorlopige voorziening is tijdelijk en zal op korte termijn ambtshalve op een zitting worden heroverwogen. Partijen worden hierover geïnformeerd en ook over de kostenbeslissing. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de intrekking van de omgevingsvergunningen en voorkomt daarmee de directe sluiting van het bedrijf.