Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van aangifte, genummerd PL0900-2019367561-1, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1] , hoofdagent van politie Midden-Nederland, houdende de verklaring van [slachtoffer] (pagina 9 tot en met 11);
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, genummerd PL0900-2019367561-5, opgemaakt door verbalisanten [verbalisant 2] , hoofdagent van politie Midden-Nederland, en [verbalisant 3] , brigadier van politie Midden-Nederland, houdende de bevindingen van voornoemde verbalisanten of één van hen (pagina 17);
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van bevindingen, met bijlagen, genummerd PL0900-2019367561-21, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 4] , hoofdagent van politie Midden-Nederland, houdende de bevindingen van voornoemde verbalisant (pagina 92);
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 21 juli 2020.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een reclasseringsrapport van 24 februari 2020, opgemaakt door L. Hoogland, reclasseringswerker bij GGZ Reclassering Inforsa;
- een Pro Justitia psychiatrisch rapport van 26 februari 2020, opgemaakt door A.M. de Jong, psychiater;
- een Pro Justitia psychologisch rapport van 4 maart 2020, opgemaakt door M.C. Overduin, psycholoog;
- een reclasseringsrapport van 6 juli 2020, opgemaakt door M.L. Nieland, reclasseringswerker bij GGZ Reclassering Inforsa.
9.BESLAG
10.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
een gevangenisstraf van 98 (achtennegentig) dagen;
gedeelte van 35 (vijfendertig) dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en/of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;