ECLI:NL:RBMNE:2020:314
Rechtbank Midden-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in familierechtelijke zaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. G. van de Beek in een familierechtelijke procedure, maar dit verzoek werd pas na de einduitspraak van de rechter ingediend. De wrakingskamer oordeelde dat het doel van wraking, namelijk het voorkomen van rechterlijke vooringenomenheid tijdens de behandeling van een zaak, niet meer kan worden bereikt nadat een einduitspraak is gedaan.
De zaak was op 20 december 2019 behandeld en de eindbeslissing werd op 10 januari 2020 gegeven. Het wrakingsverzoek werd op 29 januari 2020 ingediend, dus na het einde van de procedure. Hierdoor was de rechter geen onderdeel meer van de behandeling en kon wraking niet meer worden toegewezen.
De wrakingskamer verklaarde verzoeker daarom niet-ontvankelijk en besloot dat een mondelinge behandeling niet nodig was. De beslissing werd genomen door de wrakingskamer bestaande uit drie rechters en is onherroepelijk.
Uitkomst: Verzoeker is niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek omdat dit na de einduitspraak werd ingediend.