ECLI:NL:RBMNE:2020:3162
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken hoofdzaak
In deze zaak heeft de burgemeester van Amersfoort aan een horecabedrijf diverse vergunningen verleend, waaronder een horeca-exploitatievergunning, een drank- en horecawetvergunning en een terrasvergunning. Verzoeker maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening tegen het bestreden besluit van 19 juni 2020.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen als er tegelijkertijd een beroepsprocedure tegen het bestreden besluit loopt. Ten tijde van het verzoek was er echter geen beroep ingesteld. Verzoeker is hierop gewezen en in de gelegenheid gesteld alsnog beroep in te stellen, maar dit is niet gebeurd.
Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter P.J.M. Mol en griffier S. Westerhof op 4 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een lopende hoofdzaak.