Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Volgens eiseres heeft verweerder ten onrechte geen onderzoek gedaan bij [werkgever] . Verweerder had bij [werkgever] moeten navragen wat de reden is geweest dat eiseres niet meer werd opgeroepen voor het verrichten van werk en waarom een ziekmelding kennelijk achterwege is gebleven.
De rechtbank stelt, gezien de gedingstukken en het verhandelde ter zitting, vast dat eiseres in bezwaar en beroep weliswaar heeft gesteld dat zij haar baan bij [werkgever] niet heeft opgezegd, maar zij heeft niet (gemotiveerd en/of onderbouwd) betwist dat zij op 26 oktober 2019 vorenbedoelde verklaring ten overstaan van [A] heeft afgelegd. In beroep heeft eiseres aangevoerd dat zij tegen [werkgever] heeft gezegd dat ze wil stoppen met werken in verband met medische klachten, maar dat laat onverlet dat eiseres blijkens de brief van [A] van 3 oktober 2019 op 26 september 2019 tegenover [A] iets anders heeft verklaard.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder heeft mogen uitgaan van de verklaring van eiseres die zij op 26 september 2019 ten overstaan van [A] heeft afgelegd en heeft verweerder haar daaraan mogen houden. Op grond van die verklaring van eiseres heeft verweerder terecht als feit vastgesteld dat eiseres op 24 september 2019 haar baan bij [werkgever] heeft opgezegd. Daarom heeft verweerder geen nader onderzoek hoeven doen bij [werkgever] zoals eiseres dat voor ogen heeft.