ECLI:NL:RBMNE:2020:3182
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing laattijdige Wajongaanvraag wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiser diende op 4 mei 2018 een laattijdige aanvraag in voor een Wajonguitkering, welke door het UWV op 12 juni 2018 werd afgewezen wegens het niet voldoen aan de voorwaarden. Na een ongegrond verklaard bezwaar heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank.
Eiser betoogde dat hij zwaardere beperkingen heeft dan door het UWV werd aangenomen, onderbouwd met een rapport van A-REA en een gemeentelijk besluit over een verhuiskostenvergoeding. De verzekeringsarts bezwaar en beroep handhaafde echter zijn eigen beoordeling, waarbij de beperkingen van A-REA niet werden overgenomen vanwege onduidelijkheden en tegenstrijdigheden in dat rapport.
De rechtbank oordeelde dat het medisch oordeel van de verzekeringsarts terecht was en dat geen sprake was van een bijzonder geval zoals bedoeld in artikel 3:29 van Pro de Wet Wajong. Ook werd het maatmanuurloon correct vastgesteld volgens de wettelijke bepalingen. Omdat eiser minder dan 25% arbeidsongeschikt is, werd de Wajongaanvraag terecht afgewezen en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de laattijdige Wajongaanvraag wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.