ECLI:NL:RBMNE:2020:3188
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over duurzaamheid arbeidsvermogen en Wajong-uitkering
Eiseres, met een lichte verstandelijke beperking en gedragsproblemen, vroeg een Wajong-uitkering aan. Verweerder wees dit af omdat hij meende dat zij in de toekomst arbeidsvermogen kan ontwikkelen. De rechtbank beoordeelt of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is, waarbij verweerder onvoldoende heeft onderbouwd dat eiseres ten minste een uur aaneengesloten kan werken en dat haar basale werknemersvaardigheden zich in de toekomst kunnen ontwikkelen.
De rechtbank weegt medische rapporten, schoolinformatie en een CIZ-indicatie die wijzen op ernstige beperkingen en intensieve begeleiding. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige gaven aan dat ontwikkeling mogelijk is, maar hun onderbouwing is onvoldoende concreet toegespitst op eiseres’ situatie. De rechtbank concludeert dat verweerder niet heeft voldaan aan de motiveringsplicht en dat het besluit niet zorgvuldig is voorbereid.
Daarom past de rechtbank de bestuurlijke lus toe en geeft verweerder zes weken de tijd om de motiveringsgebreken te herstellen met een concrete en deugdelijke onderbouwing. Tot die tijd wordt de zaak aangehouden en wordt geen eindbeslissing genomen over de Wajong-uitkering of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep gegrond en geeft verweerder zes weken de gelegenheid de motiveringsgebreken te herstellen.