Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 augustus 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Inleiding
Beoordeling
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser ontving een WW-uitkering voor de periode van april 2015 tot maart 2018, waarbij hij toestemming had gekregen om een eigen bedrijf te starten onder de oriëntatie- en startersregeling. Na onderzoek concludeerde het UWV dat eiser meer uren als zelfstandige had gewerkt dan opgegeven, waarop de uitkering werd herzien en teruggevorderd.
Verweerder ging uit van een gemiddeld aantal gewerkte uren van 28,27 per week vanaf 1 april 2015 en 40 uur per week vanaf 1 september 2015, wat leidde tot een terugvordering van ruim €101.000. Eiser voerde aan dat verweerder had moeten uitgaan van de door hem opgegeven uren in een excelbestand. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een schatting mocht maken vanwege het ontbreken van een deugdelijke administratie, maar dat het aantal uren vanaf 1 april tot 1 september 2015 te hoog was ingeschat.
De rechtbank berekende het gemiddelde aantal gewerkte uren in die periode op 20,42 per week. Verder oordeelde de rechtbank dat eiser zijn inlichtingenplicht had geschonden door werkzaamheden niet door te geven, waardoor herziening met terugwerkende kracht gerechtvaardigd was. Het beroep van eiser werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, en verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met een correcte berekening van de terugvordering. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met een correcte berekening van de terugvordering.