Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
geboren op [1969] te [geboorteplaats] (Somalië),
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
V: Tegen wie doet u aangifte?
A: Dat kleine donkere mannetje. Hij heeft een baardje, onooglijk ziet ie er uit en hij stinkt naar de drank. Hij had een ruitachtige licht gekleurde broek aan, bruine schoenen, witte bodywarmer en blauw mutsje op zijn hoofd, gebreid. Het was een klein kereltje, ik denk net zo groot als ik. Noot verbalisant: Aangeefster is 150-160 cm lang. [2] Ik stond bij de kast en opeens stond hij in de slaapkamer achter mij. Ik zei: "Wat doe jij hier. Wegwezen. Opdonderen." Hij zei: "Ik bij jou. Ik bij jou." Ik draaide mij, omdat ik 112 wilde bellen. De telefoon staat in de woonkamer. Via de gang wilde ik naar de woonkamer lopen. Ik wilde langs die man lopen richting de deur naar de hal. Ik zag dat hij met zijn geslachtsdeel uit zijn broek stond te zwaaien. Hij stond met zijn geslachtsdeel in zijn hand te spelen. Hij was in slappe toestand. Hij stond er echt mee te slingeren. Zo een beetje op en neer. Ik ben verder gelopen richting de deur van de hal. Ter hoogte van de deur stond hij tegen mij aan te rijden. Ik voelde dat hij van achteren tegen mijn aan stond te bonken. Hij bonkte met zijn onderlichaam. Ik voelde dat hij tegen mij aan stond te schudden. Tegen mijn billen aan, in het midden.
V: Hoe kan hij tegen u aanrijden als u aan het lopen bent?
A: Hij liep met mij mee. Ik liep de gang in en daar ging hij weer tegen mijn aanrijden en sloeg hij zijn arm om me heen. Om mijn middel. Mijn armen zaten onder zijn armen. Volgens mij lagen zijn handen op mijn borsten.
V: Wat voelde u met dat rijden tegen u aan?
A: Hetzelfde weer. Hij bonkte tegen mijn billen aan. Een paar keer. Ik zei: "Oprotten, wegwezen." Ik liep door naar de telefoon. Hij liet me namelijk net weer los. Ik ben toen dus doorgelopen naar de telefoon. Ik pakte de telefoon en die wilde hij uit mijn handen pakken. [3] Hij liep naar mij toen en greep naar de telefoon. Ik hield de telefoon goed vast. Hij pakte de telefoon ook vast. Hij liet hem toen weer los en toen kon ik 112 bellen. [4]
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
- een reclasseringsadvies uitgebracht op 6 mei 2020 door T. Jaarsveld, reclasseringswerker van Reclassering Nederland;
- een brief van 3 juli 2019 van J.A.H.B. Bartels, GGZ arts en A. Negash, psychiater, van i-psy interculturele psychiatrie.
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstrafvan
5 maanden;
niet zal worden ten uitvoer gelegd,
tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 (twee) jarenvast;
taakstrafvan
80 uren;
- verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;