Verzoekster, eigenaar van een woning die als hennepkwekerij werd gebruikt, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de burgemeester om de woning per direct voor 12 maanden te sluiten. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de sluiting te schorsen totdat op het bezwaar is beslist.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een spoedeisend belang. De financiële gevolgen van de sluiting zijn niet zodanig dat sprake is van acute nood of onomkeerbare schade. Ook het feit dat verzoekster niet vrijelijk over haar eigendom kan beschikken en geen herstelwerkzaamheden kan uitvoeren, is onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen.
Daarnaast is het besluit niet evident onrechtmatig, aangezien niet wordt betwist dat in de woning een hennepkwekerij is aangetroffen en de burgemeester bevoegd is tot sluiting. De voorzieningenrechter zag daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Hierdoor blijft de sluiting van kracht totdat op het bezwaar is beslist.