De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 25 mei en 3 augustus 2020 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit en handelen in 26,29 kilo hennep en het witwassen van een Seat Leon auto. De officier van justitie stelde dat verdachte betrokken was bij de hennep en dat de auto uit een misdrijf afkomstig was. De verdediging betwistte dit en vroeg vrijspraak.
De rechtbank oordeelde dat voor het bezit van hennep vereist is dat verdachte wist van de drugs en dat deze zich in zijn machtssfeer bevonden. Hoewel verdachte werd aangetroffen bij de berging waar de hennep lag, ontbrak bewijs dat hij de sleutels gebruikte of wist van de hennep. Er was geen bewijs van samenwerking met medeverdachte en geen aanwijzingen dat verdachte vaker in de woning was.
Met betrekking tot de auto concludeerde de rechtbank dat verdachte aannemelijk had gemaakt dat hij de auto legaal had gekocht met zijn inkomen. Er was onvoldoende bewijs om aan te nemen dat de auto uit een misdrijf afkomstig was. De rechtbank wees het verzoek tot aanhouding van de zaak af en sprak verdachte vrij van beide feiten.
De rechtbank gelastte tevens de teruggave van de in beslag genomen auto en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.