Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- voor feit 1 geldt dat verdachte de bewoordingen heeft geuit nadat de verbalisanten verdachten hadden ontkleed zonder dat daarvoor een wettelijke basis was. Aan geen van de in artikel 29 van Pro de Ambtsinstructie genoemde voorwaarden was immers voldaan. Hierdoor kan het bestanddeel ‘gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening’ niet worden bewezen en moet verdachte worden vrijgesproken van artikel 267 Wetboek Pro van Strafrecht (Sr). Slechts ‘eenvoudige belediging’ resteert. Dit is een klachtdelict, maar er is geen klacht ingediend of blijk gegeven van nadrukkelijke wens tot vervolging. Dit maakt dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van dit feit (artikel 266 Sr Pro).
- Voor feit 2 geldt dat verdachte uitdrukkelijk ontkent de verbalisanten te hebben bedreigd. Daarnaast vallen niet alle in de tenlastelegging opgenomen bewoordingen te kwalificeren als bedreiging met zwaar lichamelijk letsel of de dood. De overige uitingen zijn dermate generiek dat ze niet een concrete vrees opleveren dat de verbalisanten daadwerkelijk wat aangedaan werd. De bewoordingen kunnen worden opgevat als een emotionele ontlading en verzuchting van frustratie en kunnen gezien de context niet leiden tot de redelijk vrees dat zij door toedoen van verdachte het leven zouden verliezen, dan wel het slachtoffer zouden worden van zware mishandeling. Dit alles moet leiden tot vrijspraak van feit 2.
- Voor feit 3 geldt dat de verklaring van aangever ten aanzien van het slaan met de boksbeugel niet wordt ondersteund door ander bewijs, waardoor verdachte voor dit onderdeel moet worden vrijgesproken. Daarnaast heeft verdachte het slachtoffer enkel met het mes gestoken nadat zij door hem was gestoken. Haar komt dan ook een geslaagd beroep op noodweer toe, hetgeen de wederrechtelijkheid van de mishandeling wegneemt, waardoor zij daarvan moet worden vrijgesproken.
in [woonplaats] . Ik ben naar de woning aan de [adres] gelopen. Ik zag dat de voordeur gesloten was. Ik zag dat collega [aangever 3] meermaals aanbelde en klopte op de voordeur. Ik zag dat de aanpandige garagedeur open ging. Ik zag dat een man zijn hoofd naar buiten stak. Ik herkende de man direct als zijnde: [slachtoffer] . Ik zag dat [slachtoffer] een bebloede rechterhand had. Ik hoorde [slachtoffer] zeggen: "Ik heb net ruzie gehad met [verdachte] . Wij waren binnen en ze pakte mij bij mijn kruis. Ik ben hier niet van gediend. Ik zag dat dat wijf helemaal gek werd en een zakmes pakte. Ze heeft mij in mijn rechterwijsvinger gestoken met dat mes. Ook heeft ze een boksbeugel gepakt en op mijn lip geslagen. Hierdoor is mijn lip dik geworden. Ik heb de boksbeugel in de achtertuin afgepakt en richting de buren gegooid. Ik gooide deze naar de linkerburen. Met de linkerburen bedoel ik de buren links als je recht voor de woning staat. Ook heb ik het mes voor de woning afgepakt en richting de bosjes gegooid. Het mes betrof een inklap zakmes. Ik hoorde dat het ambulancepersoneel tegen [slachtoffer] zei dat hij naar de eerste hulp moest voor het hechten van zijn vinger. Het ging om één (1) snee onder aan de vinger. [7]
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 augustus 2020;
- een proces-verbaal van bevindingen;
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 augustus;
- een proces-verbaal van aangifte door [benadeelde 1] namens [benadeelde 2] ;
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 4 augustus;
- een proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] namens [VvE] ;
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 266, 267, 300, 311, 350 van het Wetboek van Strafrecht en
- 13, 55 van de Wet wapens en munitie;
11.BESLISSING
taakstrafvan
150 uren;
75 uren, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzijde rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene en bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
proeftijdvan
twee (2) jarenvast;
algemene voorwaardengelden dat verdachte:
bijzondere voorwaardendat verdachte:
- verklaart [aangever 4] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- verklaart [benadeelde 1] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
kankeridioten, stelletje idioten", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;