Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
in de periode van 2 mei 2017 tot en met 27 oktober 2017 in Vleuten [slachtoffer] , geboren op [2002] , van wie hij wist of redelijk moest vermoeden dat zij de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met het oogmerk van ontuchtige handelingen ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen;
op of omstreeks 27 oktober 2017 in Vleuten een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd met [slachtoffer] die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, te weten het (meermalen) op de mond zoenen van die [slachtoffer] .
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK T.A.V. FEIT 1
een paar weken geleden, ook op een vrijdag” zag dat de buurman steeds op en neer voorbij de woning van [slachtoffer] liep en daarbij steeds naar het raam van [slachtoffer] keek. [slachtoffer] was toen op haar kamer met het rolgordijn half open. [getuige 1] heeft voorts verklaard dat zij nadien begrepen heeft dat dit dezelfde avond zou zijn geweest als waarop verdachte met steentjes tegen het raam van [slachtoffer] zou hebben gegooid, maar dat zij de verdachte niet zelf steentjes heeft zien gooien.
5.WAARDERING VAN HET BEWIJS T.A.V. FEIT 2
:“Ik weet dat ik kom vertellen omdat hij mij gekust heeft. [5] (…) Ik ging via de achterkant mijn huis in want ik zag hem lopen met zijn hondje. (…). (…) Toen kwam hij weer terug en gaf mij een kus. Het was een kus op de lippen. [6] ”
6.BEWEZENVERKLARING
7.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
8.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
9.OPLEGGING VAN STRAF
10.VORDERING BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
12.BESLISSING
gevangenisstraf van 4 (vier) dagen;
taakstraf van 40 (veertig) uren;
20 (twintig) dagen hechtenis;
- wijst de vordering van
- veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [slachtoffer] voornoemd;
- veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel van de vordering niet-ontvankelijk is en bepaalt dat dit gedeelte kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [adres] , € 256,84 (zegge: tweehonderdzesenvijftig euro en vierentachtig eurocent) aan de Staat te betalen, bij gebreke van betaling en verhaal
- bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.