Uitspraak
[verzoeker 1] ,
[derde-partij] B.V., (vergunninghouder) te [vestigingsplaats] , gemachtigde: mr. J.J.D. van Doleweerd en de
familie [familie](toekomstige bewoners).
Rechtbank Midden-Nederland
Het verzoek om een voorlopige voorziening betreft een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op kavel 1 in Amersfoort. De vergunning werd verleend op 5 september 2019 en na bezwaar op 23 april 2020 bevestigd. Verzoekers hebben beroep ingesteld en vroegen om een voorlopige voorziening om de bouw te schorsen.
Tijdens de zitting op 22 juli 2020 bleek dat de woning nagenoeg was afgebouwd en binnenkort zou worden opgeleverd. Foto's van het bouwproject toonden aan dat de bouw al vergevorderd was. De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen spoedeisend belang was om de vergunning te schorsen, omdat de bouwactiviteiten feitelijk waren afgerond.
Verzoekers wilden voorkomen dat de woning werd bewoond, maar dit valt buiten het bereik van de voorlopige voorziening die alleen betrekking kan hebben op de bouwactiviteiten en het bestemmingsplan. Ook klachten over de duur van de bezwaar- en beroepsprocedures en de voortgang van de bouw tijdens deze procedures gaven geen aanleiding tot het treffen van een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter benadrukte dat bezwaar, beroep en voorlopige voorziening geen schorsende werking hebben, waardoor vergunninghouder de bouw mocht voortzetten. Mocht de vergunning later worden vernietigd, dan zijn de gevolgen voor vergunninghouder. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.