Verzoekster woont naast een perceel waar een transport- en taxibedrijf wordt geëxploiteerd door derde-partij, wat volgens haar overlast veroorzaakt. Verzoekster verzocht het college van burgemeester en wethouders van De Bilt om handhavend op te treden. Het college legde een last onder dwangsom op aan derde-partij met een begunstigingstermijn die meerdere malen werd verlengd, laatstelijk tot vier weken na de beslissing op bezwaar.
Verzoekster diende bezwaar in tegen deze verlenging en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. Tijdens de Skypezitting op 16 juli 2020 werd het verzoek behandeld en onmiddellijk afgewezen. De voorzieningenrechter oordeelde dat de overlast weliswaar aanwezig is, maar niet dusdanig ernstig dat een langere termijn onaanvaardbaar is. Er is bovendien geen gevaarlijke of onveilige situatie vastgesteld.
Verder werd overwogen dat het beëindigen van de overtreding meer inspanning vergt dan verzoekster stelde, vanwege de noodzaak voor derde-partij om alternatieve ruimte te vinden voor overslag en parkeren. De verlengde termijn is daarom niet onredelijk en naar verwachting zal deze in de bezwaarprocedure standhouden. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.