Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland heeft op 4 augustus 2020 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1958, op verzoek van de officier van justitie. De machtiging betreft verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), gericht op behandeling van een middelgerelateerde en verslavingsstoornis. Betrokkene stemde schriftelijk in met het zorgplan en de afhandeling.
De rechtbank beoordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk om dit te voorkomen en de gezondheid te stabiliseren. De aangevraagde zorgvormen omvatten onder meer medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, en onderzoek van kleding en woonruimte.
De rechtbank overwoog dat verplichte zorg zo veel mogelijk ambulant moet worden toegepast, met klinische zorg en toezicht als aanvullende maatregelen wanneer ambulante zorg onvoldoende is. De machtiging geldt voor zes maanden, start met ambulante zorg en kan worden uitgebreid met klinische maatregelen als het ernstig nadeel niet afneemt. De beslissing werd mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met ambulante en klinische verplichte zorg en toezicht.