ECLI:NL:RBMNE:2020:3424

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
4 augustus 2020
Publicatiedatum
24 augustus 2020
Zaaknummer
C/16/505948 / FA RK 20-4186
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 WvggzArt. 3:2 WvggzArt. 2:2 Besluit vggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening zorgmachtiging met ambulante en klinische verplichte zorg voor psychische stoornis

De rechtbank Midden-Nederland heeft op 4 augustus 2020 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene, geboren in 1958, op verzoek van de officier van justitie. De machtiging betreft verplichte zorg op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), gericht op behandeling van een middelgerelateerde en verslavingsstoornis. Betrokkene stemde schriftelijk in met het zorgplan en de afhandeling.

De rechtbank beoordeelde dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt door zijn psychische stoornis, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorg is noodzakelijk om dit te voorkomen en de gezondheid te stabiliseren. De aangevraagde zorgvormen omvatten onder meer medicatietoediening, bewegingsbeperking, insluiting, toezicht, en onderzoek van kleding en woonruimte.

De rechtbank overwoog dat verplichte zorg zo veel mogelijk ambulant moet worden toegepast, met klinische zorg en toezicht als aanvullende maatregelen wanneer ambulante zorg onvoldoende is. De machtiging geldt voor zes maanden, start met ambulante zorg en kan worden uitgebreid met klinische maatregelen als het ernstig nadeel niet afneemt. De beslissing werd mondeling uitgesproken en schriftelijk vastgelegd, met mogelijkheid tot cassatie.

Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor zes maanden met ambulante en klinische verplichte zorg en toezicht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/505948 / FA RK 20-4186
Betrokkene nummer: [betrokkene nummer]
Machtiging tot verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 4 augustus 2020naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: de betrokkene,
advocaat: mr. M.I. Tonk.

1.Procesverloop

1.1.
Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 17 juli 2020, heeft de officier van justitie verzocht om een zorgmachtiging. Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- de medische verklaring van 2 juli 2020;
- de zorgkaart inclusief bijlagen;
- het zorgplan inclusief bijlagen;
- de bevindingen van de geneesheer directeur;
- de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvgzz en strafvorderlijke en justitiegegevens.
1.2.
Daartoe uitgenodigd door de rechtbank heeft de betrokkene op 29 juli 2020 via zijn advocaat aan de rechtbank laten weten dat hij instemt met het zorgplan en het verzoek van de officier van justitie. Daarnaast heeft de advocaat laten weten dat de betrokkene instemt met een schriftelijke afhandeling. De rechtbank begrijpt daaruit dat de betrokkene afstand doet van het recht te worden gehoord.
1.3.
De rechtbank heeft op 4 augustus 2020 het verzoek op basis van de stukken beoordeeld en direct mondeling uitspraak gedaan. Aan de advocaat van de betrokkene, de zorgaanbieder en de officier van justitie is die dag een kennisgeving mondelinge uitspraak per beveiligde email verstrekt.

2.Beoordeling

2.1.
In het verzoekschrift is, op grond van het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, verzocht om aan de betrokkene de volgende vormen van verplichte zorg als bedoeld in artikel 3:2 Wvggz Pro te mogen verlenen. Het gaat om:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
j. opnemen in een accommodatie.
De officier verzoekt deze vormen van verplichte zorg voor de duur van zes maanden. In het verzoek is vermeld dat verplichte zorg in de vorm van a. en h. ook ambulant wordt toegepast; de overige vormen van verplichte zorg zullen alleen klinisch worden toegepast.
2.2.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van middelgerelateerde en verslavingsstoornissen.
2.3.
Deze stoornis leidt bij de betrokkene tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang.
Om ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van de betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft de betrokkene zorg nodig.
2.4.
Ter toelichting op het voorgaande overweegt de rechtbank als volgt.
De betrokkene heeft de continuïteit van zorg nodig om zijn behandeling zo goed mogelijk te ondersteunen. Hij staat er ook voor open. Hij wil ondersteuning door [instelling 1] en [instellling 2] behouden. Er zijn echter afgelopen jaar opnames geweest waarbij een rechterlijke machtiging nodig was, omdat de betrokkene op die momenten anders dacht over de behandeling.
Gelet hierop is het reëel om aan te nemen dat betrokkene zich zonder juridisch kader zal onttrekken aan zorg. Om die reden is verplichte zorg nodig.
2.5.
De rechtbank constateert in deze zaak dat het de bedoeling is dat een zorgmachtiging wordt verleend die gelijkenis vertoont met de voorwaardelijke machtiging onder de wet Bopz. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat de voorwaardelijke machtiging met voorwaarden en opname als stok achter de deur zeer effectief was en in een grote behoefte voorzag. De Wvggz kent een dergelijke machtiging niet. Uitgangspunt in de Wvggz is echter wel dat de verplichte zorg zo veel mogelijk ambulant wordt toegepast. De rechtbank is dan ook van oordeel dat aan de behoefte in de praktijk tegemoet gekomen kan worden door bij de vormen van verplichte zorg in de zorgmachtiging onderscheid te maken tussen enerzijds vormen van verplichte zorg die ambulant worden toegepast en anderzijds vormen van verplichte zorg die bestaan uit en horen bij opname. Deze laatste vormen van verplichte zorg dienen pas te worden toegepast op het moment dat het ernstig nadeel niet meer met de ambulant verplichte zorg kan worden afgewend.
2.6.
Gelet op het bovenstaande ziet de rechtbank aanleiding om in de onderhavige zaak de verzochte vormen van verplichte zorg toe te wijzen, waarbij de vormen a. en h. eerst moeten worden toegepast. Pas als op die manier het ernstig nadeel niet meer kan worden afgewend, dan kunnen de vormen b., c., d., e., f., g. en j. worden toegepast. De ambulant verplichte vormen van zorg die de rechtbank zal toewijzen, mogen dan ook in de kliniek worden toegepast.
Met betrekking tot het ‘uitoefenen van toezicht’ als verplicht vorm van zorg overweegt de rechtbank dat de officier van justitie deze vorm heeft verzocht met als toelichting: “medicatie wordt onder toezicht verstrekt”. Het verstrekken van medicatie en impliciet ook het toezicht daarop valt onder de onder a. genoemde vorm van verplichte zorg. Nu de officier van justitie echter verzocht heeft om ‘insluiten’ als vorm van verplichte zorg toe te wijzen, zal de rechtbank ook het ‘uitoefenen van toezicht’ toewijzen, omdat deze vormen (tezamen met ‘opnemen in een accommodatie’) nauw met elkaar verbonden zijn. Met het uitoefenen van toezicht kan bij insluiting toezicht gehouden worden, bijvoorbeeld door middel van een camera.
De verplichte zorg als hierboven genoemd kan naar het oordeel van de rechtbank het ernstig nadeel voldoende wegnemen.
2.7.
Er zijn in dit geval geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De verzochte verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van de betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen. De rechtbank wijst er op dat artikel 2:2 van Pro het Besluit vggz eisen stelt aan de veiligheid bij de toepassing van een zorgmachtiging met ambulant verplichte zorg.
2.9.
Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor en de doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging met de gevraagde vormen van verplichte zorg zal worden verleend voor de (verzochte) duur van zes maanden.

3.Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene], geboren op [geboortedatum] 1958 te [geboorteplaats] , voor de volgende vormen van verplichte zorg:
a. toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van
medische controles of andere medische handelingen en therapeutische
maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
h. aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die
tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
b. beperken van de bewegingsvrijheid;
c. insluiten;
d. uitoefenen van toezicht op betrokkene;
e. onderzoek aan kleding of lichaam;
f. onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende
middelen en gevaarlijke voorwerpen;
g. controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
j. opnemen in een accommodatie,
en
bepaalt dat gestart zal worden met ambulante verplichte zorg als bedoeld onder a. en h.;
bepaalt dat op het moment dat de ambulant verplichte zorg niet meer voldoende is om het ernstig nadeel af te wenden, ook de andere verleende vormen van verplichte zorg kunnen worden toegepast;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 4 februari 2021.
Deze beschikking is op 4 augustus 2020 mondeling gegeven door mr. A.C. van den Boogaard, rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van D.B.T. Koster als griffier, en is schriftelijk uitgewerkt op 6 augustus 2020.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.