ECLI:NL:RBMNE:2020:3456
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake brief over beëindiging vervoersvoorziening
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen een brief van de gemeente Utrecht waarin wordt medegedeeld dat de toegekende vervoersvoorziening voor haar zoon afloopt op 31 juli 2020 en niet wordt verlengd. Zij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er sprake was van een spoedeisend belang, omdat de zoon van verzoekster op 31 augustus 2020 weer naar school moet en voor die datum duidelijkheid nodig is over de vervoersvoorziening. Vervolgens beoordeelde de rechter of het bezwaar van verzoekster een redelijke kans van slagen had.
De gemeente stelde dat de brief geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en daarom geen bezwaar of beroep mogelijk is. De voorzieningenrechter bevestigde dit standpunt omdat de brief geen nieuwe rechtsgevolgen creëert, maar slechts een informatieve mededeling betreft over de afloopdatum van een eerder genomen besluit.
Daarom werd het bezwaar van verzoekster niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de brief geen besluit is en het bezwaar niet-ontvankelijk is.