Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoekster] h.o.d.n. [handelsnaam] ,
[rechthebbende] ,
De procedure
De beoordeling
Geachte mevrouw [verzoekster] en de heer [A] ,
Rechtbank Midden-Nederland
De kantonrechter heeft een verzoek van een bewindvoerder behandeld om voor twee samenwonenden, die ieder onder bewind staan, één gezamenlijke bewindvoerder te benoemen. De gemeente had de bewindvoerder verplicht om dit verzoek in te dienen, omdat zij van mening was dat de samenwonenden een economische eenheid vormen en dus volstaan met één bewindvoerder.
De rechtbank overweegt dat het enkele feit van samenwonen niet automatisch betekent dat er sprake is van een economische eenheid in civiel recht, met name niet in het kader van bewindvoering. De financiën van de twee rechthebbenden zijn gescheiden en hun belangen zijn deels verschillend en zelfs tegenstrijdig. Daarom is het financieel en praktisch verstandig dat zij ieder een eigen bewindvoerder houden.
De kantonrechter wijst het verzoek tot benoeming van één gezamenlijke bewindvoerder af en handhaaft de beloning van de huidige bewindvoerder zoals vastgesteld bij beschikking van 15 juli 2019. Tevens merkt de rechtbank op dat de gemeente onduidelijk en onredelijk handelt door de bewindvoerder te dwingen een verzoek in te dienen terwijl zij zelf bevoegd is om een beslissing te nemen. De termijn van vier weken die de gemeente stelt voor een uitspraak wordt als onrealistisch en onredelijk beschouwd.
Uitkomst: Verzoek tot benoeming van één gezamenlijke bewindvoerder wordt afgewezen en beloning huidige bewindvoerder gehandhaafd.