ECLI:NL:RBMNE:2020:3667

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
6 augustus 2020
Publicatiedatum
1 september 2020
Zaaknummer
20/397
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22j AwrArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijk verklaring bezwaar gemeentelijke heffingen afgewezen

Eiseres maakte bezwaar tegen een aanslag gemeentelijke heffingen met dagtekening 28 februari 2017, maar diende dit bezwaar pas op 3 april 2019 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Verweerder verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. Eiseres reageerde niet tijdig op het verzoek van verweerder om een toelichting op de te late indiening, waardoor de rechtbank niet toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar.

De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en verklaart het beroep van eiseres tegen deze beslissing ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.

De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 6 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift indienen.

Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/397

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 augustus 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. D.A.N. Bartels MRE),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 3 december 2020.

Overwegingen

1.De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. In een zaak die valt onder de Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), zoals deze zaak, moet een bezwaarschrift worden ingediend binnen zes weken na de datum waarop dat besluit is genomen of - als het besluit pas later bekend is gemaakt - binnen zes weken na de datum van bekendmaking (artikel 22j van de Awr).
3. Eiseres heeft bij brief, gedateerd 10 april 2017 en door verweerder ontvangen op 3 april 2019, bezwaar gemaakt tegen de aanslag gemeentelijke heffingen met als dagtekening 28 februari 2017.
4. Verweerder heeft eiseres op 4 april 2019 een brief gestuurd waarin haar werd verzocht om binnen 3 weken aan te geven waarom het bezwaar te laat is ingediend. In deze brief is ook verzocht om een machtiging. Ook is er aangegeven dat als er niet op tijd wordt gereageerd, het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard kan worden.
5. Op 21 april 2019 heeft eiseres een email gestuurd aan verweerder met als bijlage de machtiging. Ook staat in deze mail de opmerking:
“Uiteraard zijn beide bezwaarschriften te laat ingestuurd maar hopelijk kun je er nog wat mee ambtshalve!”
6. Eiseres heeft naar aanleiding van de brief van verweerder van 4 april 2019 geen reden gegeven waarom zij te laat was met het indienen van het bezwaarschrift. In de gronden van beroep gaat eiseres alleen in op de inhoudelijke gronden. Aangezien de rechtbank eerst moet beoordelen of verweerder het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaart, komt de rechtbank niet toe aan de behandeling van deze gronden.
7. Verweerder heeft dus terecht het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is daarom kennelijk ongegrond (artikel 8:54 van Pro de Awb).
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
P.W. Hogenbirk, griffier, op 6 augustus 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.