Eiseres maakte bezwaar tegen een aanslag gemeentelijke heffingen met dagtekening 28 februari 2017, maar diende dit bezwaar pas op 3 april 2019 in, ruim na de wettelijke termijn van zes weken. Verweerder verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk. Eiseres reageerde niet tijdig op het verzoek van verweerder om een toelichting op de te late indiening, waardoor de rechtbank niet toekomt aan de inhoudelijke beoordeling van het bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard en verklaart het beroep van eiseres tegen deze beslissing ongegrond. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 6 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen. Partijen kunnen binnen zes weken na verzending van deze uitspraak een verzetschrift indienen.