ECLI:NL:RBMNE:2020:3668
Rechtbank Midden-Nederland
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkheid in bestuursrechtelijke procedure ongegrond verklaard
Opposant heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Autoriteit Persoonsgegevens. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk omdat het griffierecht niet tijdig was betaald. Hiertegen heeft opposant verzet aangetekend, stellende dat het griffierecht toegevoegd zou moeten worden aan een civiele procedure.
De rechtbank heeft dit verzet inhoudelijk beoordeeld zonder zitting, aangezien de uitkomst niet ter discussie stond. De rechtbank oordeelde dat het niet betalen van het griffierecht een eigen verantwoordelijkheid van opposant is en dat het toevoegen van het griffierecht aan een civiele procedure geen vrijstelling geeft in de bestuursrechtelijke procedure.
Daarom is het verzet ongegrond verklaard en blijft de eerdere uitspraak van niet-ontvankelijkheid in stand. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter R.C. Stijnen op 10 augustus 2020 in Utrecht.
Uitkomst: Het verzet is ongegrond verklaard en de eerdere niet-ontvankelijkheidsuitspraak blijft in stand.