Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 2002, vanwege een verstandelijke beperking en het risico op ernstig nadeel. De mondelinge behandeling vond plaats via Skype en telefonisch vanwege coronamaatregelen, waarbij betrokkene, haar advocaat, familie en behandelaars werden gehoord.
Betrokkene gaf aan open te staan voor behandeling, maar wenste een andere verblijfsplek dan de huidige locatie. Haar advocaat verzocht primair afwijzing van het verzoek en subsidiair om een kortdurende machtiging om een passende plek te zoeken. De instelling benadrukte de noodzaak van de machtiging vanwege het weglopen van betrokkene en de risico's die zij daarbij liep.
De rechtbank oordeelde dat de opname noodzakelijk en geschikt is om ernstig nadeel te voorkomen, gezien de verstandelijke beperking en het eerdere weglopen. Er zijn geen minder ingrijpende middelen beschikbaar. De machtiging geldt zes maanden en kent geen geografische beperking, zodat betrokkene gedurende die periode kan worden opgenomen en begeleid.