Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 20 augustus 2020;
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige van
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse van
- een geschrift, zijnde een geneeskundige verklaring van de arts [A] , d.d. 6 december 2019.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN DE STRAF
- een taakstraf voor de duur van 240 uur, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 120 dagen hechtenis en
- een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van twee jaren.
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 22c, 22d van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994
10.BESLISSING
taakstraf van 180 (honderdtachtig) uren;
90 (negentig) dagenhechtenis;
12 (twaalf) maanden;
6 (zes) maandenniet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond dat verdachte zich vóór het einde van een proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;