Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
2.Waar gaat het in deze zaak om?
3.Wat vindt de kantonrechter hiervan?
480,00(2 punten x tarief € 240,00)
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak stond een factoringovereenkomst centraal waarbij eiseres vorderingen van gedaagde had overgenomen met een verplichting tot retrocessie bij betwisting door de debiteur. Gedaagde had drie facturen overgedragen aan eiseres, die deze had betaald, maar de debiteur betwistte de vordering inhoudelijk.
Gedaagde verscheen niet op de Skypezitting, ondanks herhaalde pogingen van de rechtbank om contact te leggen. De kantonrechter oordeelde dat dit voor zijn rekening komt en dat de zitting zonder hem kon worden voortgezet. De rechter stelde vast dat de overeenkomst voorziet in terugkoop van betwiste vorderingen tegen factuurwaarde en dat eiseres deze terugkoop terecht had ingeroepen.
De kantonrechter verwierp het verweer van gedaagde dat hij niets meer met eiseres te maken had na overdracht. Ook was onvoldoende onderbouwd dat de debiteur daadwerkelijk had toegezegd te betalen. De vordering van €3.419,40 werd toegewezen met wettelijke handelsrente vanaf 1 maart 2020, alsmede buitengerechtelijke incassokosten van €466,94 en proceskosten van €1.065,85. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €3.419,40 met rente, incassokosten en proceskosten wegens niet-nakoming van de retrocessieverplichting.