Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
12 mei 2020, 4 en 5 augustus 2020 en 2 september 2020.
2.TENLASTELEGGING
4 augustus 2020 gewijzigd. De nader omschreven en gewijzigde tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
- hem een- of meermalen (toxische) middelen toe te dienen;
- zijn arm in een zogenaamde wurggreep/nekklem om de keel/hals van [slachtoffer] te brengen en daar druk op uit te oefenen;
- een- of meermalen (met kracht) op het hoofd van [slachtoffer] te slaan en/of te stompen;
- een kussen gedurende enige tijd op het gezicht van [slachtoffer] te drukken;
- de keel en/of hals van [slachtoffer] met de handen en/of een lint dicht te drukken en dichtgedrukt te houden;
- één of meer andere geweldshandelingen.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
€ 500,- gezegd dat hij geld van zijn oom zou krijgen. Dit was een smoes om [slachtoffer] die
€ 500,- te laten overmaken. Hij heeft een betaalverzoek gedaan aan [slachtoffer] via WhatsApp en [slachtoffer] heeft hem laten zien hoe hij via WhatsApp geld overmaakte via zijn ING bank. Hij kon de pincode zien en heeft deze opgeslagen in zijn telefoon. Die € 5.000,- heeft hij overgemaakt met de S7 van [slachtoffer] . Dit was om 00.17 uur. De telefoon lag op de tafel en [slachtoffer] lag op de bank. [slachtoffer] was duf, half slaperig. [verdachte] zat erbij. [verdachte] wist van alle bedragen die overgemaakt zijn. [verdachte] heeft ook een gedeelte van de € 5.000,- gekregen.
€ 150,- opgenomen bij een geldautomaat in Lelystad. Om 17.43.29 uur werd van de rekening van [slachtoffer] € 350,- overgeboekt naar de rekening van [medeverdachte] met als omschrijving ‘slepen’. Om 17.58.00 uur werd bij een ING geldautomaat te Lelystad € 300,- opgenomen vanaf de rekening van [medeverdachte] . Om 21.36.58 uur werd € 500,- overgeboekt vanaf de rekening van [slachtoffer] naar de rekening van [medeverdachte] met als omschrijving ‘auto’. Om 21.52.00 uur werd bij een ING geldautomaat te Lelystad van de rekening van [medeverdachte] € 470,- opgenomen. [28]
€ 359,30 gepind bij de Boni in Lelystad en om 18.30.00 uur werd van de rekening van [verdachte] € 850,- opgenomen en om 18.36.00 uur € 80,- bij een Rabobank geldautomaat. Om 18.36.00 uur werd van de rekening van [medeverdachte] € 750,- overgeboekt naar de rekening van [verdachte] . Om 19.13.00 uur werd van de rekening van [verdachte] € 200,- opgenomen bij een geldautomaat te Lelystad. Van de rekening van [verdachte] werd vervolgens € 105,69 en € 102,32 gepind bij de Jumbo en € 210,- bij A&B Taxiservice. [29]
[medeverdachte] : ja ga dat maar even doen want volgens mij staat hij toch uit.
welweer in staat was tot handelen. Ook constateert de rechtbank dat uit de ter terechtzitting van 4 augustus 2020 bekeken beelden van 21 april 2019 om 02.19 uur blijkt dat hij kennelijk in staat was om rustig en in een rechte lijn samen met de medeverdachte naar buiten te lopen. Die beelden geven geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat verdachte bij een klein duwtje zou zijn omgevallen, zoals hij heeft verklaard, of dat hij in paniek was. Bovendien is verdachte met 15 tot 16 halve liters bier per dag een stevige drinker en heeft hij verklaard dat hij bij die hoeveelheden altijd nog redelijk functioneert.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
- een rapport van 20 maart 2020, opgemaakt door B.H. Boer, klinisch psycholoog, en T.W.D.P. van Os, psychiater, locatie Pieter Baan Centrum;
- een aanvullend rapport van 31 juli 2020, opgemaakt door de deskundigen voornoemd.
8.OPLEGGING VAN STRAF EN MAATREGEL
9.BENADEELDE PARTIJ
€ 506,74 aan reiskosten en € 19,50 aan parkeerkosten. De reiskosten voor beide benadeelde partijen dienen te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2019 en de parkeerkosten met de wettelijke rente vanaf 25 juni 2019, tot de dag van volledige betaling.
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
11.BESLISSING
gevangenisstraf van 18 jaren;
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van
overheidswege wordt verpleegd;
- wijst de vordering van [benadeelde 1] toe tot een bedrag van € 10.165,04, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 1] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.042,- vanaf 19 april 2019, over € 30,48 vanaf 8 juni 2019, over € 1.438,58 vanaf 30 april 2019, over
- wijst de vordering voor wat betreft het gevorderde bedrag van € 1.450,- af;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 1] aan de Staat € 10.165,04 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 8.042,- vanaf 19 april 2019, over € 30,48 vanaf 8 juni 2019, over € 1.438,58 vanaf 30 april 2019, over € 32,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 2] toe tot een bedrag van € 1.147,72, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 2] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 506,74 vanaf 30 april 2019, over € 19,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020, tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- wijst de vordering van voor wat betreft het gevorderde bedrag van € 1.297,50 af;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 2] aan de Staat € 1.147,72 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 506,74 vanaf 30 april 2019, over € 19,50 vanaf 25 juni 2019 en over € 621,48 vanaf 27 mei 2020 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 3] toe tot een bedrag van € 136,95, bestaande uit een vergoeding voor materiële schade;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [benadeelde 3] van het toegewezen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot de dag van de algehele voldoening, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- verklaart de benadeelde partij voor wat betreft het meer gevorderde niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering voor dat deel kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [benadeelde 3] aan de Staat € 136,95 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 augustus 2020 tot de dag van de volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 1 dag gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
- wijst de vordering van [benadeelde 4] , zoon van [benadeelde 1] , af;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil;
- wijst de vordering van [benadeelde 5] , zoon van [benadeelde 1] , af;
- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door verdachte gemaakt, tot op heden begroot op nihil.