Eiseres vroeg een Wajong-uitkering aan, die door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) werd afgewezen omdat zij volgens medische en arbeidskundige rapportages minder dan 25% arbeidsongeschikt is. Eiseres stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen, waaronder autisme en fysieke klachten, onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de verzekeringsartsen de beschikbare medische informatie, waaronder rapportages van een revalidatiearts en GZ-psycholoog, hadden betrokken. Wel was er een zorgvuldigheidsgebrek omdat een diagnostisch verslag niet aan de verzekeringsarts bezwaar en beroep was voorgelegd, maar dit werd gepasseerd omdat dit geen nadelige gevolgen had voor eiseres.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat de functies die eiseres kon vervullen overeenstemden met haar belastbaarheid, ondanks haar gevoeligheid voor prikkels en sociale beperkingen. De rechtbank vond geen nieuwe feiten of omstandigheden die aanleiding gaven het eerdere besluit te herzien en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.