Op 5 december 2019 heeft verdachte samen met anderen ingebroken in een woning te Weesp, waarbij onder meer elektronische apparatuur en kleding zijn weggenomen. Verdachte heeft de woninginbraak bekend en is strafrechtelijk vervolgd voor diefstal door middel van braak.
Tijdens de terechtzitting op 2 september 2020 heeft de rechtbank het bewijs beoordeeld, waaronder het proces-verbaal van aangifte en de bekennende verklaring van verdachte. De rechtbank acht het bewezen dat verdachte medepleegde aan de woninginbraak en verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen.
De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de maatschappij, en het strafblad van verdachte met eerdere woninginbraken. Gezien de recidive en de samenwerking met anderen is een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 7 maanden passend bevonden, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.