Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 september 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
28 augustus 2020 een schriftelijke zienswijze gegeven.
De tussenuitspraak
28 juni 2019, 3 oktober 2019 en 22 november 2019 (de eerdere rapporten) dat eiseres nu niet vijf keer vier uur per week kan werken, omdat zij een zelfstandigheidstraining volgt. Tegelijkertijd lijkt zij er van uit te gaan dat eiseres nu nog niet voldoende zelfredzaam is om zich staande te kunnen houden in het dagelijks leven. Het is onduidelijk of dit aspect van invloed is geweest op de conclusie dat eiseres niet ten minste vier per dag kan werken en zo ja, hoe dit aspect zich in de toekomst kan ontwikkelen. Verder neemt de verzekeringsarts bezwaar en beroep ook aan dat eiseres vanuit preventief oogpunt niet vijf keer vier uur per week kan werken, om een disbalans tussen eiseres haar psychische en fysieke draagkracht en draaglast te voorkomen. Het is onduidelijk hoe dit zich verhoudt tot de conclusie over het ontbreken van duurzaamheid.
Het aanvullende rapport en de zienswijze van eiseres
Beoordeling door de rechtbank
3 augustus 2020, waarmee verweerder het geconstateerde gebrek probeert te herstellen, gaat de rechtbank er van uit dat dit inderdaad van invloed is op eiseres haar belastbaarheid. Verweerder moet dus – kort gezegd – motiveren dat eiseres zich op de hierboven genoemde punten, waaronder het punt van zelfstandigheid, nog zodanig kan ontwikkelen dat zij in de toekomst wel ten minste vier uur per dag kan werken.