Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
Rechtbank Midden-Nederland
Bij besluit van 21 maart 2019 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gooise Meren een omgevingsvergunning aan een vergunninghouder voor het plaatsen van een schutting tegen de perceelgrens in de achtertuin van diens woning. Eiser, buurman van de vergunninghouder, maakte bezwaar tegen deze vergunning, dat bij besluit van 17 oktober 2019 ongegrond werd verklaard. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtbank stelde vast dat de schutting deels binnen de bestemming Water was geplaatst, terwijl op gronden met deze bestemming geen bouwwerken zijn toegestaan volgens artikel 6.2.2 van het bestemmingsplan Naardereiland. Zowel het standpunt van vergunninghouder als dat van verweerder dat de bestemmingsgrens iets zou doorlopen over de kadastrale grens, werd door de rechtbank niet gevolgd.
De rechtbank oordeelde dat de verleende omgevingsvergunning in strijd is met het bestemmingsplan en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Verweerder moet opnieuw op het bezwaar beslissen, waarbij de vergunning alleen kan worden gehandhaafd indien afwijking van het bestemmingsplan mogelijk is.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser vastgesteld op €1.575,-. De uitspraak werd mondeling gedaan op 26 augustus 2020 door rechter K. de Meulder.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot verlening van de omgevingsvergunning wordt vernietigd.