ECLI:NL:RBMNE:2020:3954
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatieverzoek wegens ernstige bedenkingen omtrent verblijfsvergunning
Eiseres heeft een verzoek tot naturalisatie ingediend dat door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen vanwege ernstige bedenkingen omtrent haar verblijfsstatus. De rechtbank bevestigt dat het beleid rechtmatig is en dat de afwijzing terecht is, omdat er aanwijzingen zijn dat de verblijfsvergunning van eiseres mogelijk zal worden ingetrokken.
De rechtbank benadrukt dat de onzekerheid over de daadwerkelijke intrekking van de verblijfsvergunning niet relevant is voor de beoordeling van het naturalisatieverzoek. De vraag of de verblijfsvergunning uiteindelijk wordt ingetrokken, valt onder de bevoegdheid van de vreemdelingenrechter en is in deze procedure niet aan de orde.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris niet onzorgvuldig heeft gehandeld door niet te wachten op de uitkomst van de intrekkingsprocedure. Eiseres wordt de mogelijkheid geboden om later opnieuw een aanvraag in te dienen indien zij in het bezit blijft van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
Tot slot wijst de rechtbank het beroep af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege ernstige bedenkingen omtrent de verblijfsvergunning.