Uitspraak
MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 september 2020 in de zaak van
[verzoekster] , te [plaats] , verzoekster,
Onbekende verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster heeft bij de voorzieningenrechter een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk behandeld omdat het verzoekschrift niet voldeed aan de wettelijke eisen.
Verzoekster heeft het griffierecht niet betaald en ook niet aannemelijk gemaakt dat sprake was van betalingsonmacht. Daarnaast heeft zij geen besluit overgelegd waartegen bezwaar of beroep is ingesteld, terwijl dit wel vereist is voor de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening. De overgelegde stukken, waaronder een brief van het ABP uit 2010 en besluiten uit 1991 over eervol ontslag, kwalificeren niet als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
Verder is er geen sprake van connexiteit met een lopende procedure. Verzoekster is door de voorzieningenrechter meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de ontbrekende stukken te overleggen, maar heeft dit niet gedaan. Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van griffierecht en het ontbreken van een besluit.