ECLI:NL:RBMNE:2020:3989
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen bestuurlijke boete kamergewijze verhuur zonder vergunning
Eiseres kreeg een bestuurlijke boete opgelegd wegens het zonder omzettingsvergunning kamergewijs verhuren van een woning. De gemeente constateerde tijdens een controle dat drie personen in de woning verbleven, waarvan één de hoofdhuurder was. De boete werd opgelegd op grond van de Huisvestingswet 2014 en de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2015.
Eiseres voerde aan dat zij handelde volgens de hospitaconstructie, gebaseerd op eerdere informatie van gemeenteambtenaren, en dat zij niet op de hoogte was van beleidswijzigingen die de definitie van hospitaverhuur aanpasten. Zij stelde dat de boete disproportioneel was, in strijd met het fair play-beginsel en dat zij geen overlast veroorzaakte. Ook vroeg zij om matiging van de boete vanwege haar status als particuliere belegger.
De rechtbank oordeelde dat de beleidswijziging per 1 januari 2016 duidelijk was en dat de overgangsregeling niet meer van toepassing was na de komst van een nieuwe hoofdhuurder in april 2018. Eiseres was verantwoordelijk voor kennis van de regels, zeker gezien haar professionele vastgoedactiviteiten. De boete was terecht opgelegd en matiging was niet aan de orde, ook niet vanwege het ontbreken van overlast of haar particuliere status.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter P.J.M. Mol op 15 september 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens kamergewijze verhuur zonder vergunning wordt ongegrond verklaard.