Eiseres had in 2017 een voorschot kinderopvangtoeslag ontvangen, maar verweerder stelde het definitieve recht op toeslag lager vast omdat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor het ontvangen van toeslag, waaronder het deelnemen aan een re-integratietraject. De rechtbank bevestigt dat eiseres geen werkzaamheden verrichtte zoals bedoeld in de wet, ondanks haar inschrijving bij het UWV en gesprekken met een psychiater.
Eiseres voerde aan dat zij wel bezig was met re-integratie en verwees naar haar medische herstelactiviteiten, maar de rechtbank oordeelde dat deze activiteiten niet gelijk staan aan het verrichten van arbeid zoals vereist. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid en de aankomende wetswijziging werden verworpen omdat deze niet terugwerkende kracht hebben.
Verweerder had in het bestreden besluit geen belangenafweging gemaakt over de terugvordering, maar dit alsnog gedaan in het verweerschrift. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit vanwege deze formele tekortkoming, maar laat de rechtsgevolgen in stand omdat de belangenafweging juist is gemaakt en geen bijzondere omstandigheden aanwezig zijn om af te zien van terugvordering.
Eiseres moet het teruggevorderde bedrag van €3.391 terugbetalen en krijgt het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter Praamstra op 18 september 2020.