ECLI:NL:RBMNE:2020:401
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel
De officier van justitie verzocht op 23 januari 2020 om verlenging van een op 22 januari 2020 opgelegde crisismaatregel ten aanzien van een minderjarige betrokkene met een psychische stoornis. De mondelinge behandeling vond plaats op 24 januari 2020 in aanwezigheid van de betrokkene, zijn advocaat, een psychiater in opleiding en een familielid. De officier van justitie was niet aanwezig.
De betrokkene verbleef op vrijwillige basis in een instelling en gaf aan zich beter te voelen en weer naar school te willen gaan. De psychiater in opleiding bevestigde verbetering maar gaf aan dat insluiting en onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen niet noodzakelijk waren. Er was sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name ernstig lichamelijk letsel, veroorzaakt door een psychische stoornis in het schizofreniespectrum.
De rechtbank oordeelde dat de verplichte zorg, waaronder toediening van vocht, voeding en medicatie, medische controles, beperking van bewegingsvrijheid, toezicht, onderzoek aan kleding of lichaam, beperkingen in vrijheid en bezoekrecht, en opname in een accommodatie noodzakelijk, evenredig en effectief is om het nadeel af te wenden. Er waren geen minder bezwarende alternatieven. De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel werd verleend voor drie weken tot en met 14 februari 2020.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg voor drie weken.