ECLI:NL:RBMNE:2020:4040
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van vrijstaande woning
In deze bestuursrechtelijke zaak is beroep ingesteld tegen de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaande woning uit 1955, gelegen op een ruim perceel. Verweerder stelde de waarde voor het belastingjaar 2019 vast op €616.000, gebaseerd op de waardepeildatum 1 januari 2018. Eiser betwistte deze waarde en voerde aan dat de woning minder waard is vanwege de ligging nabij een bedrijventerrein en een knooppunt van snelwegen.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een uitgebreid taxatierapport waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in de nabije omgeving. De rechtbank oordeelde dat de vergelijkingsmethode zorgvuldig was toegepast en dat rekening was gehouden met verschillen in ligging en kenmerken. De door eiser aangevoerde bezwaren, zoals de nabijheid van een bedrijventerrein en het feit dat een referentiewoning was gesloopt, konden het oordeel niet wijzigen.
De rechtbank concludeerde dat verweerder aannemelijk had gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld. Ook het bezwaar dat de woning niet extern was opgenomen werd niet voldoende onderbouwd door eiser. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €616.000 wordt ongegrond verklaard.