De rechtbank Midden-Nederland heeft op 24 september 2020 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere feiten van drugshandel en bezit. Na onderzoek achtte de rechtbank alleen het bezit van een grote hoeveelheid MDMA op 10 februari 2020 te Wilnis wettig en overtuigend bewezen, waarbij verdachte samen met zijn broer handelde. Voor de overige feiten, waaronder handel in andere drugs en bezit van hennep en ketamine, sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs.
De rechtbank baseerde haar oordeel onder meer op verklaringen, politieonderzoeken en het feit dat de drugs in de woning van verdachte werden aangetroffen. Verdachte kon geen geloofwaardige verklaring geven over zijn onwetendheid omtrent de drugs in zijn woning. De rechtbank concludeerde dat verdachte beschikkingsmacht had over de MDMA en dat sprake was van medeplegen.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de persoon van verdachte en zijn eerdere strafblad. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 60 dagen op, waarvan 43 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een Apple iPhone aan verdachte teruggegeven en werd het beslag op een geldbedrag toegewezen aan de medeverdachte.