Bij besluit van 24 juni 2020 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn aan een middelbare school een omgevingsvergunning voor het tijdelijk plaatsen van extra lokalen op een adres in de gemeente. Verzoekers maakten bezwaar tegen deze vergunning en verzochten op 2 september 2020 de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek kennelijk ongegrond was en wees het af. De vergunning was reeds uitgevoerd, aangezien de noodlokalen op 31 augustus 2020 waren geplaatst, waardoor het verzoek niet meer kon voorkomen dat de lokalen werden geplaatst. Verzoekers stelden dat er sprake was van parkeeroverlast door meer leerlingen, maar de voorzieningenrechter volgde dit niet omdat het leerlingenaantal aan het begin van het schooljaar vaststaat en niet door de vergunning zou toenemen.
Er was geen spoedeisend belang en ook geen aanleiding om de vergunning onrechtmatig te achten of te verwachten dat deze in bezwaar geen stand zou houden. Daarom woog de voorzieningenrechter de belangen van verzoekers niet zwaarder dan die van de school en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.