Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 september 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Inleiding
het bestreden besluit) de afwijzing van eiseres’ aanvraag in stand gelaten.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres, voormalig opticien, viel op 2 januari 2017 uit vanwege medische klachten na een ongeval. Na het verstrijken van de wachttijd van 104 weken vroeg zij een WIA-uitkering aan, waarvoor een arbeidsongeschiktheid van meer dan 35% vereist is. Verweerder stelde op basis van medische en arbeidskundige rapporten vast dat eiseres slechts 29,90% arbeidsongeschikt was, en wees haar aanvraag af.
Eiseres maakte bezwaar en beroep, waarna een heronderzoek plaatsvond. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep stelde nieuwe beperkingen vast, maar ook deze leidden tot een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Eiseres voerde aan dat haar energieniveau en behoefte aan rustmomenten onvoldoende waren meegenomen, maar kon dit niet onderbouwen met medische informatie van een arts.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling zorgvuldig, begrijpelijk en zonder tegenstrijdigheden was opgesteld en dat eiseres onvoldoende medische onderbouwing leverde om de beoordeling te weerleggen. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als juist beschouwd. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar WIA-uitkering is ongegrond verklaard omdat haar arbeidsongeschiktheid 29,90% bedraagt, minder dan de vereiste 35%.