ECLI:NL:RBMNE:2020:4145
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen oplegging ov-schuld en toepassing hardheidsclausule studiefinanciering
Eiseres kreeg door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een ov-schuld opgelegd van €375,- over september en oktober 2019, omdat zij haar studentenreisproduct niet tijdig had stopgezet na het beëindigen van haar inschrijving bij de universiteit per 31 augustus 2019. Eiseres maakte bezwaar tegen deze schuld en stelde dat het niet tijdig stopzetten haar niet kon worden toegerekend. Tevens beriep zij zich op de hardheidsclausule wegens een onbillijke uitkomst en stelde dat een bedrag van €84,- ten onrechte was ingehouden.
De rechtbank oordeelde dat het recht op studiefinanciering en het studentenreisproduct eindigde op 31 augustus 2019 en dat eiseres uiterlijk 10 september 2019 het studentenreisproduct had moeten stopzetten om een ov-schuld te voorkomen. Het niet tijdig stopzetten wordt aan eiseres toegerekend, ook al was zij zich niet bewust van haar inschrijvingsstatus. De hardheidsclausule is niet van toepassing omdat de schuld voortkomt uit een fout van eiseres en niet uit een onbedoeld effect van de wet.
Verder constateerde de rechtbank dat in het bestreden besluit abusievelijk een bedrag van €291,- werd genoemd in plaats van €375,-, maar dit was een kennelijke misslag zonder rechtsgevolg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de oplegging van de ov-schuld wordt ongegrond verklaard.