Eiseres, een gastouderbureau, kreeg op 16 januari 2019 een last onder dwangsom opgelegd wegens overtredingen van de Wet op de kinderopvang. Verweerder handhaafde dit besluit bij een bestreden besluit van 2 december 2019, waartegen eiseres beroep instelde.
Tijdens de zitting op 25 augustus 2020 werd vastgesteld dat het gastouderbureau inmiddels is ontbonden en uitgeschreven uit het landelijke register, en dat de termijn voor invordering van de dwangsommen is verstreken. Hierdoor heeft eiseres geen procesbelang meer bij de beoordeling van het beroep, omdat de opgelegde lasten niet meer kunnen worden gehandhaafd.
De rechtbank overwoog dat eventuele bezwaren tegen het inspectierapport van de GGD kunnen worden ingebracht in een aparte procedure tegen een bestuurlijke boete die eveneens aan eiseres is opgelegd. Omdat het belang bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep is vervallen, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.