ECLI:NL:RBMNE:2020:4175

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 augustus 2020
Publicatiedatum
2 oktober 2020
Zaaknummer
UTR 20/2811
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:1 AwbArt. 8:1 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank verklaart zich onbevoegd tot kennisneming beroep tegen beslissing Georganiseerd Overleg Pluimvee Industrie

Eiseres, Myronivsky Hliboproduct MHP B.V., diende een dispensatieverzoek in bij Sociale Zaken Pluimvee Industrie voor een WGA-hiaat verzekering, dat werd afgewezen. Na bezwaar werd het bezwaar eveneens afgewezen door het Georganiseerd Overleg van SZ Pluimvee Industrie. Eiseres stelde beroep in bij de rechtbank tegen deze beslissing van 23 juni 2020.

De rechtbank oordeelt dat zij kennelijk onbevoegd is om van het beroepschrift kennis te nemen, omdat het Georganiseerd Overleg geen bestuursorgaan is zoals bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De beslissing van het Georganiseerd Overleg betreft geen besluit van een bestuursorgaan, maar een geschilbeslechting op grond van de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO).

Daarmee ontbreekt de rechtsgrond om beroep in te stellen bij de bestuursrechter. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep tegen de beslissing van het Georganiseerd Overleg.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2811

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 26 augustus 2020 op het beroep van

Myronivsky Hliboproduct MHP B.V., te Veenendaal, eiseres

(gemachtigde: mr. F.A.A.M. Makker),
tegen

de beslissing van 23 juni 2020 van Sociale Zaken Pluimvee Industrie.

Inleiding

1. Eiseres heeft op 31 januari 2020 bij Sociale Zaken Pluimvee Industrie (hierna: SZ Pluimvee Industrie) een dispensatieverzoek gedaan voor haar Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA)-hiaat verzekering. Op 3 maart 2020 is dit verzoek afgewezen door het Georganiseerd Overleg van SZ Pluimvee Industrie. Eiseres heeft vervolgens bij SZ Pluimvee Industrie bezwaar gemaakt. Op 23 juni 2020 heeft het Georganiseerd Overleg van SZ Pluimvee Industrie het bezwaar afgewezen. Vervolgens heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank tegen de beslissing van 23 juni 2020.

Overwegingen

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat zij kennelijk onbevoegd is om van het beroepschrift van eiseres kennis te nemen. De rechtbank doet daarom op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
3. Op grond van artikel 8:1 van Pro de Awb is het mogelijk om beroep in te stellen tegen een besluit. Uit de Awb volgt dat een besluit een schriftelijke beslissing is van een bestuursorgaan die ziet op een publiekrechtelijke rechtshandeling. Een bestuursorgaan is een orgaan van een rechtspersoon die krachtens publiekrecht is ingesteld, of een ander persoon of college met enig openbaar gezag bekleed.
4. De beslissing van 23 juni 2020 waartegen eiseres bij de rechtbank beroep heeft ingesteld, is geen besluit van een bestuursorgaan. Het Georganiseerd Overleg van SZ Pluimvee Industrie is geen orgaan dat krachtens publiekrecht is ingesteld. Haar bevoegdheid om te oordelen over geschillen tussen werkgever en werknemer volgt uit de collectieve arbeidsovereenkomst (CAO) voor de Pluimveeverwerkende industrie. Ook is niet gebleken dat het Georganiseerd Overleg op andere wijze met enig openbaar gezag is bekleed. Gelet op het voorgaande is het Georganiseerd Overleg van SZ Pluimvee Industrie niet aan te merken als een bestuursorgaan zoals bedoeld in artikel 1:1 van Pro de Awb. De beslissing van 23 juni 2020 van het Georganiseerd Overleg van SZ Pluimvee Industrie is dan ook geen besluit waartegen beroep kan worden ingesteld bij de rechtbank.
5. De rechtbank verklaart zich daarom kennelijk onbevoegd om kennis te nemen van het beroepschrift van eiseres.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich kennelijk onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. C.H. Verweij, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het Coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden gedaan bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.