Eiser heeft twee omgevingsvergunningen aangevraagd voor activiteiten waaronder bouwen en het plaatsen van vlaggenmasten en handelsreclame. Verweerder heeft op 2 september 2019 een primair besluit genomen en eiser heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Eiser stelde dat er sprake was van een van rechtswege verleende vergunning vanwege het niet tijdig beslissen door verweerder en stelde verweerder in gebreke.
Verweerder heeft uiteindelijk vastgesteld dat een vergunning van rechtswege was verleend en heeft een dwangsom toegekend en uitbetaald aan eiser. Hierdoor heeft eiser geen procesbelang meer bij het fictieve beroep over het niet tijdig bekendmaken van deze vergunning. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat voor de activiteit 'het plaatsen van handelsreclame' wel een besluit is genomen in het primaire besluit, waardoor geen sprake is van een van rechtswege verleende vergunning.
Eiser heeft nagelaten verweerder in gebreke te stellen voor het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift, wat een vereiste is voordat beroep kan worden ingesteld. Daarom is het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder wordt opgedragen het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.