Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Procesverloop
nietovernemen nu deze vormen tijdens de mondelinge behandeling door de arts geschrapt zijn:
Rechtbank Midden-Nederland
De officier van justitie verzocht om voortzetting van een crisismaatregel die op 23 januari 2020 was opgelegd aan betrokkene, die verbleef in een instelling vanwege psychische problematiek. De betrokkene en zijn advocaat voerden onder meer aan dat de officier van justitie niet ontvankelijk zou zijn vanwege het ontbreken van een tijdige zorgmachtiging en dat betrokkene niet deugdelijk was gehoord door de burgemeester.
De rechtbank oordeelde dat de officier van justitie ontvankelijk is, omdat de Wvggz niet uitsluit dat een crisismaatregel aansluitend op een eerdere crisismaatregel kan worden genomen. Het bezwaar over het horen van betrokkene door de burgemeester moet in een aparte beroepsprocedure worden behandeld.
Medische verklaringen toonden aan dat er sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, met name levensgevaar door psychische stoornissen. De voorgestelde verplichte zorg, waaronder medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname, is noodzakelijk, evenredig en effectief. Minder bezwarende alternatieven ontbreken.
De rechtbank verleende daarom een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met een geldigheidsduur van drie weken, tot en met 17 februari 2020, en wees overige verzoeken af.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg tot en met 17 februari 2020.