Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2020:4210

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 oktober 2020
Publicatiedatum
5 oktober 2020
Zaaknummer
20/2990
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet betalen griffierecht

Verzoekster diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen het besluit van het UWV waarin haar bezwaar tegen de afwijzing van een loonkostensubsidie op grond van de NOW2.0-regeling ongegrond werd verklaard.

De voorzieningenrechter stelde vast dat het griffierecht niet was betaald, terwijl dit verplicht is volgens de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster kreeg een schriftelijke aanmaning om het griffierecht alsnog binnen twee weken te voldoen, welke zij ontving, maar zij betaalde niet en gaf geen geldige reden voor het verzuim.

Daarom verklaarde de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 20/2990

uitspraak van voorzieningenrechter van 2 oktober 2020 in de zaak tussen

vof [verzoekster] , te [vestigingsplaats] verzoekster
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 21 augustus 2020 heeft het Uwv het bezwaar van verzoekster tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een loonkostensubsidie op grond van de tweede tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW2.0) ongegrond verklaard.
Op 24 augustus 2020 heeft verzoekster de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen wegens de afwijzing van haar aanvraag.

Overwegingen

1. In deze zaak worden partijen niet uitgenodigd voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoekster heeft namelijk het griffierecht niet betaald. De voorzieningenrechter kan de zaak daarom niet inhoudelijk behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. De indiener van een verzoek om voorlopige voorziening moet griffierecht betalen. Dit volgt uit artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald (artikelen 8:82, derde lid, en 8:41, vijfde lid, van de Awb). Het hele bedrag moet binnen de gestelde termijn bijgeschreven zijn op de rekening van de rechtbank of binnen die termijn betaald zijn op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet of niet op tijd wordt betaald, verklaart de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Dit volgt uit de artikelen 8:82, derde lid, en 8:41, zesde lid, van de Awb. Dat is alleen anders als voor het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht een geldige reden wordt gegeven.
4. Bij aangetekend verzonden brief van 13 september 2020 is verzoekster in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen twee weken na dagtekening van die brief. Uit de track & trace gegevens van PostNL is gebleken dat de brief op 15 september 2020 is bezorgd op het door verzoekster opgegeven adres. Daarbij is getekend voor ontvangst. De voorzieningenrechter gaat er daarom van uit dat de brief door verzoekster is ontvangen.
5. Verzoekster heeft het griffierecht niet betaald en heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor het niet betalen van het griffierecht.
6. Het verzoek is daarom niet-ontvankelijk.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 2 oktober 2020 door mr. N.H.J.M. Veldman-Gielen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. G.M.T.M. Sips, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.
griffier voorzieningenrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.