ECLI:NL:RBMNE:2020:4251
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.A.M. Penders
- R.J. Verschoof
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk wegens ontbreken minnelijke regeling
Verzoekster heeft een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ingediend wegens schulden bij tien concurrente schuldeisers. Zij is gescheiden, waarbij de echtscheiding op 31 juli 2020 is uitgesproken. De schuldsanering werd aangevraagd zonder dat vooraf een minnelijke schuldregeling was geprobeerd, wat wettelijk verplicht is.
De schuldhulpverlener gaf aan dat vanwege de echtscheidingsprocedure en onduidelijkheid over de schulden van de vennootschap van de ex-partner direct WSNP werd aangevraagd. De rechtbank oordeelt echter dat dit geen bijzondere omstandigheden zijn die het overslaan van een minnelijke regeling rechtvaardigen. Daarnaast moet de schuldhulpverlening samen met verzoekster alle schulden in kaart brengen, ook die van de vennootschap, om aansprakelijkheid te beoordelen.
De rechtbank wijst erop dat het bezit van een auto zonder noodzaak als niet saneringsgezind wordt beschouwd. Verzoekster wordt geen termijn gegund om aanvullende gegevens te verstrekken, omdat het minnelijk traject niet binnen een maand kan worden afgerond. Daarom wordt het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wegens het ontbreken van een beproefde minnelijke schuldregeling.