Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[naam 1] , [naam 2] en [naam 3], te [woonplaats] , eisers 1,
Werkgroep [naam 8], te [woonplaats] , eiser 2,
[vergunninghouder] .(hierna: vergunninghouder).
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 2 oktober 2020 de beroepen van omwonenden tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Montfoort voor het slopen van een droogschuur en koeienstal en het bouwen van een woning op een perceel te Montfoort.
Eisers stelden dat de verklaring van geen bedenkingen (vvgb) niet volgens de wettelijke procedure was verleend, omdat het ontwerpbesluit niet ter inzage was gelegd en niet door de raad was voorbereid. De rechtbank erkende dit formele gebrek, maar oordeelde dat eisers hierdoor niet zijn benadeeld, omdat de raad reeds kennis had genomen van alle bezwaren en de stukken, en de besluitvorming bewust had plaatsgevonden. Daarom werd het gebrek gepasseerd.
Andere bezwaren van eisers, zoals strijd met goede ruimtelijke ordening, verkeersbelasting, ontbrekende adviezen en voorwaarden, werden door de rechtbank afgewezen. De rechtbank vond dat het college zijn beleidsruimte redelijk had benut en dat de adviezen en onderbouwingen voldoende waren. Het beroep van een werkgroep werd deels niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van zienswijzen door leden.
De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af, verklaarde de beroepen ongegrond, veroordeelde het college in de proceskosten van eisers 1 en bepaalde dat het griffierecht aan hen wordt vergoed. Het college werd niet in de kosten veroordeeld voor het beroep van eiser 2.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af, maar veroordeelt het college in proceskosten wegens een formeel gebrek bij de verklaring van geen bedenkingen.