ECLI:NL:RBMNE:2020:4266
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning ondanks onderhoudsgebreken en perceelvorm
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het belastingjaar 2019, welke door verweerder is vastgesteld op €291.000. Eiser stelde een lagere waarde van €258.000 voor, onder meer vanwege achterstallig onderhoud, gedateerde voorzieningen en een ondoelmatig perceel.
Verweerder onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met drie referentiewoningen in dezelfde plaats. De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld, mede doordat rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en onderhoudstoestand.
De rechtbank verwierp de stellingen van eiser dat onvoldoende rekening is gehouden met achterstallig onderhoud en de ondoelmatigheid van het perceel. Ook het bezwaar tegen een referentiewoning zonder tuin werd ongegrond verklaard, omdat deze woning een dakterras heeft en voldoende vergelijkbaar is.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende inzicht heeft gegeven in de marktanalyse en correcties, ondanks dat eiser hier pas op de zitting om vroeg. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €291.000 wordt ongegrond verklaard.