ECLI:NL:RBMNE:2020:4267
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiseres betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van haar woning te Utrecht, die was vastgesteld op €253.000,- voor het belastingjaar 2019 met waardepeildatum 1 januari 2018. Verweerder handhaafde deze waarde en onderbouwde deze met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats.
De rechtbank oordeelde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsmethode is correct toegepast, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceelgrootte. De door eiseres aangevoerde argumenten, waaronder de gedateerde voorzieningen en de selectie van referentiewoningen, overtuigden de rechtbank niet.
Eiseres trok haar beroepsgrond over de brandgang in, omdat verweerder hiermee rekening had gehouden. Ook het verzoek om nadere onderbouwing van de grondstaffel en KOUDV-correcties werd afgewezen omdat dit niet tijdig was gevraagd en de reeds verstrekte gegevens voldoende waren.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde van €253.000,- terecht is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €253.000,- wordt ongegrond verklaard.