ECLI:NL:RBMNE:2020:4270
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning te Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een woning te Utrecht voor het belastingjaar 2019. Verweerder had de waarde vastgesteld op €508.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2018. Eiser stelde een lagere waarde van €457.000,- voor.
Verweerder onderbouwde de waardebepaling met een taxatiematrix waarin de woning werd vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats, met recente verkoopdata rond de waardepeildatum. De rechtbank achtte deze methode passend en voldoende onderbouwd, waarbij rekening is gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte en perceel.
Eiser voerde aan dat het bezwaar gegrond was verklaard en een kostenvergoeding was toegekend, maar de rechtbank constateerde dat dit een fout was in de uitspraak op bezwaar. Tevens werd een motiveringsgebrek aangevoerd, maar deze grond werd ingetrokken. De verkoop van een woning uit 2016 werd als referentie genoemd, maar deze lag te ver van de waardepeildatum en werd daarom niet relevant geacht.
De rechtbank concludeerde dat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.