ECLI:NL:RBMNE:2020:4271
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde woning in Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak betwist eiser de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht voor het belastingjaar 2019, vastgesteld op €720.000,-. Verweerder handhaaft deze waarde na bezwaar. De rechtbank beoordeelt of de waarde niet te hoog is vastgesteld en of de vergelijkingsmethode met referentiewoningen juist is toegepast.
De rechtbank stelt vast dat verweerder een taxatiematrix heeft overgelegd waarin de woning is vergeleken met vier referentiewoningen in dezelfde plaats. Hierbij is rekening gehouden met verschillen in gebruiksoppervlakte, perceelgrootte en voorzieningenniveau. Een fout in de waardering van een hobbyruimte leidt niet tot een te hoge waardebepaling, omdat de prijs per m² nog steeds lager is dan die van de referentieobjecten.
Ook de bezwaren van eiser tegen de vergelijking met een villa aan de rand van de plaats worden verworpen, omdat de rechtbank oordeelt dat de kenmerken en ligging voldoende zijn meegewogen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee de vastgestelde WOZ-waarde.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €720.000,- wordt ongegrond verklaard.